Dit is het printerstuurprogramma voor de Epilog Mini- en Helix , waar je al je laserinstellingen kunt doen.

Algemeen tabblad
We beginnen op het tabblad Algemeen.
Eerst zie je linksboven in het stuurprogramma de instellingen voor de resolutie, die je kunt aanpassen van 75 tot 1200 DPI. Hoe hoger je de resolutie instelt, hoe beter de graveerkwaliteit wordt. Meestal gebruik je 400 of 600 DPI voor de meeste materialen die je graveert.

Vervolgens kun je in het gedeelte 'Taaktype' kiezen tussen de modi Raster, Vector of Gecombineerd, waarbij je zowel kunt graveren als snijden binnen dezelfde taak.

In het gedeelte 'Rasterinstellingen' kun je je snelheid en vermogensinstellingen instellen, van 1 tot 100%. In je handleiding vind je aanbevolen snelheden en vermogens voor verschillende materialen.

Je kunt de instelling 'Graveerrichting' op 'Van boven naar beneden' of 'Van onder naar boven' zetten door op de pijlknop te klikken of het vervolgkeuzemenu te gebruiken.

De instelling 'Image Dithering' is een dropdownmenu waar je kunt kiezen hoe de laser het puntpatroon in je bestand interpreteert. Er zijn drie clipartmodi: Standaard, Verhelderen en Lage resolutie voor afbeeldingen met een lagere resolutie. De volgende drie modi, Floyd Steinberg, Jarvis en Stucki, worden allemaal gebruikt voor verschillende soorten foto's.

Vervolgens kun je je Vector-instellingen aanpassen. Begin met je snelheids- en vermogensinstellingen en stel deze in van 1 tot 100%.

De snijfrequentie van de Vector gaat van 10 tot 5000 Hz. Dit is hoe vaak de laser een impuls geeft tijdens het snijden. Een lage frequentie maakt een stippellijn, wat vaak handig is voor het rillen van papier, terwijl een hoge frequentie, waarbij de laser beam continu aan laser beam , vaak wordt gebruikt voor het snijden van acryl om een vlamgepolijste rand te maken.

Het selectievakje 'Vector sorteren' bepaalt de volgorde van je snijlijnen. Als 'Vector sorteren' uit staat, snijdt de laser in de volgorde waarin je objecten of lijnen zijn gemaakt.

In het dropdownmenu kun je de sorteermodus kiezen. Standaard staat deze op 'Optimaliseren'. Als je 'Van binnen naar buiten' kiest, worden eerst de binnenste items verwijderd en daarna de buitenste. Bijvoorbeeld, bij de letter O wordt eerst de binnenste cirkel verwijderd en daarna de buitenste.
Als je 'Optimaliseren' kiest, wordt het dichtstbijzijnde startpunt gekozen.
Kies Frequentie Automatisch om alle frequentie-instellingen automatisch op de volledige 5000 Hz te zetten.

Met de instelling 'Piece Size' kun je de afmetingen van je pagina aanpassen aan de paginaformaat van je ontwerp.

Kijk in het gedeelte Opties van het stuurprogramma en vink Autofocus aan, zodat de machine automatisch de juiste hoogte vindt voor graveren of snijden op het eerste graveerpunt.

Als je het vakje 'Center-Engraving' aanvinkt, kun je de laser gebruiken om dingen in het midden te graveren. Kies waar je wilt beginnen en de laser zorgt ervoor dat je gravure precies in het midden komt. Je kunt kiezen uit links-midden, boven-midden, pagina-midden en midden-midden.

Dan kun je ervoor kiezen om het project direct naar de laser te sturen...

... of je kunt de afdruktaak ook naar de Taakbeheerder sturen door 'Naar beheerder verzenden' aan te vinken, zodat je er later snel bij kunt.

Tabblad Geavanceerd
Nu gaan we naar het tabblad Geavanceerd bovenaan het scherm.
Het eerste gedeelte van dit tabblad is de instelling 'Rastertype'. Meestal gebruik je de laser in de basismodus.

De 3D-modus verandert hoe de laser naar de grijstinten in je ontwerp kijkt en past het laservermogen aan voor elke punt, waardoor je een 3D-verloop op je materiaal krijgt.

De stempelfunctie is om de rubberen stempelinstellingen van de laser aan te zetten.

Onder 'Stempelinstellingen' kun je met de instelling 'Schouder' de hoek van de zijkanten van de stempel aanpassen.

Met de instelling 'Verbreden' kun je de dikte van de letters aanpassen.

Als je het vakje 'Spiegelen' aanvinkt, wordt je afbeelding automatisch omgedraaid.

Als je het vakje 'Omkadering' aanvinkt, weet de laser dat je een buitenrand hebt gemaakt rond elke stempel op het vel.

Als je een melding krijgt over een firmware-update op je systeem, vink dan het vakje 'Firmware bijwerken' aan en laad het bestand om het installatieproces van de firmware te starten.

Onder Taal kun je de taal aanpassen die je op het printerstuurprogramma ziet.

Als je liever de oude printerdriver van Epilog gebruikt, vink dan het vakje 'Classic UI' aan.

In het gedeelte 'Configuraties' van het stuurprogramma kun je materiaal- en taakinstellingen opslaan en openen. Als je instellingen perfect zijn voor een project, sla ze dan op voor de volgende keer dat je die taak moet uitvoeren. Je kunt ook onze aanbevolen materiaalinstellingen voor materialen in het stuurprogramma laden vanaf de downloadpagina voor stuurprogramma's op onze website.

Tabblad Kleurtoewijzing
Tot slot kijken we naar het tabblad 'Kleurtoewijzing' bovenaan.
Met Kleurtoewijzing kun je verschillende snelheden en vermogens instellen voor verschillende kleuren in je kunstwerk. Vink het selectievakje aan om de instellingen voor 'Kleurtoewijzing' in te schakelen.

Pas de snelheid, kracht en frequentie voor elke kleur aan en bepaal of deze in raster-, vector- of gecombineerde modus wordt geactiveerd.

Als je klaar bent met het aanpassen van je instellingen, klik je op de pijl naar rechts om je nieuwe instellingen op te slaan.

Dit was een kort overzicht van de Epilog Mini en Helix . Als je klaar bent met het aanpassen van je instellingen, klik je op de knop OK om de taak af te drukken op de laserprinter of om deze naar de taakbeheerder te sturen.